Zing met de viering mee!

door Margreeth Ernens-Abrahamse

VLISSINGEN – Het programma ‘Geloof in Zeeland’ wordt zondag 3 mei 2020, Goede Herderzondag, ingevuld met zang en muziek uit verschillende tijden. In de viering vanuit Meliskerke, met als thema ‘De Goede Herder’, worden ook enkele minder bekende liederen ten gehore gebracht. Om u op weg te helpen hebben wij ze op een rijtje voor u gezet, voorzien van wat achtergrondinformatie, zodat u ze later nog eens kunt horen en/of zingen.

Het grote orgel in de Odulphuskerk in Meliskerke

De meeste liederen worden gezongen door leden van de cantorij van de Protestantse Gemeente Biggekerke/Meliskerke. Zij worden begeleid door organist Roel Sinke en fluitiste Marin van den Berge. In de viering worden de twee orgels bespeeld die de Odulphuskerk in Meliskerke rijk is: beneden staat een instrument uit 1744 dat door Peter Weidtman uit het Duitse Ratingen als huisorgel werd gebouwd (het kleine orgel). Dit orgel stond vroeger op de orgelgalerij en verhuisde in 2012 naar beneden. Op de galerij kwam vervolgens het grote orgel dat de firma Pels & Van Leeuwen in 1978 bouwde voor de gereformeerde Ichthuskerk in Meliskerke, die in 2011 werd onttrokken aan de eredienst en kort daarna gesloopt.

Verdwaalde kinderen

Theo van Teijlingen

Theo van Teijlingen, inmiddels een bekend gezicht in het programma ‘Geloof in Zeeland’, brengt voor de overweging en de lezing het lied ‘Verdwaalde kinderen’. Verteller, troubadour en zingende dominee Theo laat in zijn teksten soms een uitzicht zien van een andere wereld, maar ook het heilige van alledag in ons dagelijks leven. Zijn liedjes zijn bedoeld als spiegels, soms als een wekker die je wakker maakt en dan weer als balsem van hoop. Theo is werkzaam in het onderwijs, maar ook actief voor de door hem en drie vrienden opgerichte stichting ‘De Figurant’, waarmee hij onder andere het opvangwerk van zijn zus Els in Oeganda steunt. Zijn cd’s vinden gretig aftrek, evenals zijn boekjes met kleine verhaaltjes, gedichten en gedachten. Rode draad in zijn werk is de liefde van God voor ons mensen en de dienst van en in het koninkrijk van God.

Het liedje ‘Verdwaalde kinderen’ schreef hij op een mooie meimorgen in Helsingborg, een stad in het zuiden van Zweden. Terwijl hij op een bankje naar de mensen keek, vroeg hij zich af wat hun verhaal was. ,,Al die mensen hebben een eigen geschiedenis, die zoeken ergens geborgenheid, een vader, een moeder, misschien een thuis.’’ In het liedje benoemt hij de Herder, naar wie we eigenlijk allemaal op zoek zijn. Het liedje eindigt met ‘Kyrie Eleison’, wat betekent: ‘Heer, ontferm u’, de eerste regel van een smeekgebed bij aanvang van de rooms-katholieke mis en ook in protestantse kringen een steeds vaker gebezigd woord.

Een Nieuw Maria-lied

Het kleine orgel in de Odulphuskerk

Na de overweging van kapelaan Jochem van Velthoven wordt een Nieuw Maria-lied gezongen, uit de bundel ‘Zangen van zoeken en zien’, lied 606. Kapelaan Jochem was blij verrast met deze keuze van ds Nicolette Vlaming, zijn mede-voorganger. ,,Het thema De Goede Herder van de viering is passend in deze tijd van extra aandacht voor Maria, de moeder van Jezus, die ons de weg naar haar Zoon wijst, de Goede Herder.’’ Het lied wordt begeleid op het kleine orgel. De tekst is van Michaël Steehouder, de melodie van Chris van Bruggen.

God zal zorgen

Ook het lied ‘God zal zorgen’ klinkt deze zondag. Theoloog André Troost schreef het lied onlangs naar aanleiding van de coronacrisis op de melodie van ‘Wie maar de goede God laat zorgen’ (Liedboek voor de kerken gezang 429 | Op Toonhoogte 2015 218 | Weerklank 515 | Zangbundel Joh. de Heer 421). Zie hiervoor ook protestantsekerk.nl

GOD ZAL ZORGEN
Als het coronavirus dreigt…

Je jubelt: God zal voor mij zorgen
wanneer ik hulp van Hem verwacht!
Toch kun je bang zijn, bang voor morgen:
één lange, eindeloze nacht.
Geloof wat vast en zeker is:
licht overwint de duisternis!

Je dacht dat God zijn schapen leidde,
het hele leven één groot feest,
tot aan de einder groene weiden –
maar dan: een wond die niet geneest!
Al zal de Herder bij je zijn,
soms ga je door een diep ravijn.

Je meende: Christus is zo machtig,
één woord – het onweer zwijgt al stil.
Je dacht: mijn Vader is almachtig,
de wind gaat liggen als Hij wil.
Maar dan opnieuw: een donderslag,
chaos die niemand eerder zag.

Je fluistert toch dat God zal zorgen
ook als geen zon je tegenlacht?
Houd dat dan vast, want Hij zal morgen
doen wat geen mens meer had verwacht:
dan zal de aarde hemel zijn,
dan zal het eeuwig Pasen zijn!

Wilhelmus

Als laatste lied van deze viering is gekozen voor twee coupletten van het Wilhelmus met het oog op Koningsdag in de voorbije week en het gedenken en vieren van 4 en 5 mei (Dodenherdenking en Bevrijdingsdag) in de komende week. Couplet 6 zullen de meeste mensen wel kennen, couplet 14 is vrij onbekend en gekozen omdat dat over de Herder gaat.

Couplet 6:

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
uw dienaar t’aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.

Couplet 14:

Oorlof mijn arme schapen
die zijt in groten nood,
uw herder zal niet slapen,
al zijt gij nu verstrooid.
Tot God wilt u begeven,
zijn heilzaam woord neemt aan,
als vrome christen leven,
‘t zal hier haast zijn gedaan.

 

Willem van Oranje, schilderij door Adriaen Thomasz. Kay

Het Wilhelmus is sinds 1932 officieel het Nederlandse volkslied en wordt beschouwd als een van de oudste volksliederen ter wereld. Het werd aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog (omstreeks 1570) geschreven op een bestaande melodie, het spotlied ‘O la folle entreprise du prince de Condé’. Dat lied werd door de hugenoten in 1568 gezongen tijdens het beleg van de stad Chartres. De huidige variant van de melodie dateert uit het begin van de 17e eeuw, toen de bekende Veerse schepen Adriaen Valerius er klankbuigingen (melismatiek) aan toevoegde.

Er werd lang voetstoots vanuit gegaan dat de tekst van de hand was van Filips van Marnix van Sint-Aldegonde, heer van West-Souburg en belangrijk raadgever van Willem van Oranje, maar concreet bewijs hiervoor ontbreekt echter.

De tekst is geschreven op een manier alsof Willem van Oranje, (of Willem de Zwijger, de Vader des Vaderlands), die zelf heeft uitgesproken. Het lied gaat over zijn tweestrijd tijdens de opstand in de Nederlanden: hij wil als vertegenwoordiger van het staatsgezag trouw zijn aan de Spaanse koning, maar ook zijn geweten volgen dat hem voorschrijft God en het Nederlandse volk te dienen. Het eerste woord ‘Oorlof’ van het veertiende couplet is een oud-hollands woord, en betekent veelal ‘toestemming’ of ‘verlof’ ook wel ‘verlof’ om te gaan en heeft hier de betekenis van ‘Vaarwel’. Vaarwel, mijn arme schapen…

Het lied raakte in vergetelheid tot het in de 19e eeuw werd herontdekt door oranjegezinde en confessionele kringen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het een onomstreden nationaal symbool. Het lied bestaat uit vijftien coupletten, waarvan de eerste letters de naam Willem van Nassov vormen (acrostichon).

,

%d bloggers liken dit: